logo
Listen Language Learn
thumb

Echt Gebeurd - Afl. 272 Naar buiten: Matthias Declercq

-
+
15
30

De Vlaamse journalist Matthias Declercq schreef een boek over het vissersdorp Urk, en denk maar niet dat dat vanzelf ging.

(Informatie over het boek: www.uitgeverijpodium.nl/book/707/De-ontdekking-van-Urk.) Volg Echt Gebeurd op Twitter, Instagram en Facebook!

Zie het privacybeleid op https://art19.com/privacy en de privacyverklaring van Californië op https://art19.com/privacy#do-not-sell-my-info.

Welkom
bij
aflevering
272
van
Echt
Gebeurd!
De
podcast
waarin
waargebeurde
verhalen
worden
verteld
door
de
mensen
die
ze
zelf
hebben
meegemaakt.
In
deze
aflevering
een
verhaal
van
Mathias
De
Clercq.
Hij
vertelde
werd
in
juli
bij
ons
toen
we
een
verhaal
middag
organiseerden
rondom
het
thema
Naar
buiten.
Voorjaar
2019,
ongeveer
een
jaar
geleden,
ben
ik
op
Urk.
Dat
dat
vreemde
dorpje
aan
de
rand
van
het
IJsselmeer.
Het
is
zondagochtend
en
ik
ga
een
kerkdienst
binnen.
Het
probleem
is
dat
alle
achterste
banken
alle
zitplaatsen
zijn
al
ingenomen
en
rest
mij
geen
andere
optie
dan
vooraan
in
de
kerk
te
zitten.
Dat
vind
ik
niet
fijn,
want
dan
voel
ik
altijd
de
ogen
in
mijn
rug
priemen.
Wat
later
ook
zal
blijken
nu.
De
vraag
is
natuurlijk
wat
doet
een
Vlaming
op
Urk
op
zondagochtend
wel?
Ik
heb
een
hele
vreemde
geschiedenis.
Met
dat
dorp,
namelijk
tien
jaar
eerder
in
2009,
toen
ik
journalist
was
voor
de
krant
De
Morgen.
Da's
een
beetje
zoals
de
Volkskrant
hier.
Kreeg
ik
op
een
bepaalde
zondagavond
telefoon
van
de
hoofdredacteur.
Ik
was
nog
maar
net
begonnen.
Ik
was
pril
en
naïef
en
die
man
belde
me
en
zei
De
Jij
bent
klaar
voor
je
eerste
echte
buitenlandse
opdracht.
En
dacht
hij
al
fantastisch.
Ik
ga
naar
Panama.
Ik
ga
naar
Brazilië.
Dit
hoort
het.
En
tenzij
die
euh
ja,
jij
gaat
naar
Urk.
Ja,
ik
ga
naar
Urk
nu
je
moet
weten.
Ik
ben
opgegroeid
in
het
diepere
westen
van
Vlaanderen
en
een
heel
beschermde
omgeving
en
katholieke
omgeving.
En
het
huisje
tuintje
boompje
pad
lag
eigenlijk
voor
me
klaar.
Nu,
ik
had
daar
weinig
zin
in.
Ik
dacht
ik
had
de
wereld
zelf
wel
veroveren
en
ik
hoop
dat
is
via
de
journalistiek
en
de
wereld
te
veroveren.
Of
toch
tenminste
de
wereld
al
te
zien.
Dus
Urk,
ik
dacht
ja,
dat
kan
niet
fout
lopen.
Het
is
mijn
eigen
taal,
dacht
ik.
En
het
is
niet
zo
ver
weg.
Ik
kan
er
met
de
auto
naartoe.
Maar
van
zodra
ik
daar
eigenlijk
aankomen
op
Urk,
lukt
het
helemaal
niet.
Ik
had
nog
geen
smartphone
op
dat
ogenblik.
En
uhm
ja,
ik
wist
dus
in
alle
eerlijkheid
niet
dat
de
Zuiderzee
eigenlijk
het
IJsselmeer
is.
Ik
had
nog
nooit
gehoord
van
de
gereformeerde
gezindte.
Ik
wist
ook
helemaal
niks
van
visserij
en
mijn
opdracht
was
om
de
ziel
van
het
dorp
bloot
te
leggen.
Ja,
en
wel
dat
dat
lukte
dus
helemaal
niet.
En
ik
ben
teruggekeerd
naar
Vlaanderen
met
veel
meer
vragen
dan
antwoorden.
En
dat
is
niet
de
opdracht
van
een
journalist.
Goed.
Uhm
ik.
Ik
voelde
dus
eigenlijk
dat
ik
gefaald
had.
Ik
was
het
jongetje
dat
de
wereld
zou
veroveren
en
het
lukte
niet
eens
op
Urk.
Ja,
dat
heb
ik
daar
wel
geleerd
dat
het
op
Urk
is.
En
ja,
de
eerlijkheid
gebiedt
mij
te
zeggen
dat
de
tien
jaar
nadien
tot
vorig
jaar
dat
ik
mij
daar
niet
goed
bij
voelde.
Ik
had
altijd
het
een
nare
herinneringen
aan
Urk
en
ik
wilde
eigenlijk
de
cirkel
rond
maken
en
teruggaan.
Ja,
ik
ben
vorig
jaar
teruggekeerd.
Niet
om
een
artikel
te
schrijven,
maar
ik
had
plots
een
nog
veel
groter
plan.
Ik
ga
er
een
boek
over
schrijven
en
meteen
dus
uhm,
vorig
jaar
voor
2019.
Ik
zit
in
die
kerk.
Ik
draai
me
om
en
ik
kijk
in
de
ogen
van
een
zwarte
muur
aan
mensen.
En
ik
lees
in
hun
ogen
jongen.
Wat
doe
jij
hier?
En
ja,
ik.
Ik
heb
dus
nog
veel
groter
probleem
dan
in
2009,
want
toen
moest
ik
er
een
artikel
over
schrijven.
Maar
dat
lukte
niet.
En
nu,
tien
jaar
later,
heb
ik
mezelf
opgezadeld
met
heb
ik
fondsen
om
dit
boek
te
schrijven,
heb
ik
een
uitgeverij
achter
mij
en
heb
ik
dus
hetzelfde
probleem.
Want
je
kan
er
wel
zwaaien
naar
iemand.
En
je
kan
wel
eens
zeggen
hoor,
het
is
goed
weer
vandaag,
maar
op
die
manier
ga
je
dus
niet
de
ziel
van
het
dorp
blootleggen.
Bijkomend
probleem
is
dat
ik
daar
op
Urk.
Ja,
natuurlijk
was
ik
de
totale
vreemden,
want
zodra
ik
mijn
mond
open
doe
en
iedereen
hoort
Vlaams
werd
ik
daar
al
aangekeken
van.
Oei,
dit
klopt
precies
niet.
En
het
Urkers
is
een
soort
mengeling
tussen
Kazachs
en
Oezbeeks
aanvankelijk
dus.
Ik
begreep
er
echt
niks
van.
En
ja,
in
mijn
ogen.
Ik
voelde
me
ook
helemaal
de
ander.
Want
uhm
ja,
die
Urkers,
die
zijn
allemaal
sterk.
Die
hebben
allemaal
een
jeans
en
sneakers
en
die
rijden
helm
loos
op
een
brommer
door
het
dorp
hebben
ze
een
gouden
oorbel
in
en
dan
gaan
die
allemaal
de
kerk
op
zondag.
En
dan
is
het
vrijdagavond
een
comedy.
Visserplein
helemaal
moegestreden.
Thuis
van
een
week
hard
werken.
En
dan
loop
ik
met
mijn
hippe
brilmontuur
in
mijn
notaboekje
om
de
ziel
te
ontbloten.
Dus
dat
was
euh
ja.
Dat
was
eigenlijk
wel
echt
een
dik
probleem.
Maar
dan
deed
zich
eigenlijk
op
een
gegeven
ogenblik
een
fantastische
kans
voor.
Ik
kom
een
week
mee
op
zee
vissen
met
die
mannen.
En
ja,
dus
ik
kon
niets
anders.
Ik
dacht
goed,
dit
moet
ik
doen
als
ik
me
wil
bewijzen
in
dit
dorp.
Als
ik
wil
echt
tonen
dat
ik
goede
bedoelingen
heb.
Ik
moet
gewoon
mee.
En
dus
gebeurt
het
dat
ik
op
een
zondag
avond
net
na
middernacht
natuurlijk
om
de
zondagsrust
te
respecteren.
Uhm,
stap
ik
uit
mijn
kamertje.
Ik
sliep
op
Urk
bij
een
gastgezin.
Ik
sta
daar
in
het
donker,
in
het
licht
van
een
straatlantaarn.
Er
komt
een
auto
aangereden
met
de
bemanning
in
die
deur
gaat
open.
Ik
ben
heel
bedeesd
en
ik
zeg
hoi.
Zitten
daar
zes
van
die
mannen
grizzly's?
Deur
dicht,
hop
naar
Harlingen,
goed
kon
daartoe
in
die
haven
en.
Ik
besef
gewoon
voor
mezelf
heel,
staat
zoveel
op
het
spel.
Dit
moet
goed
komen
en
ik
was
al
de
ander
in
het
dorp.
Ik
was
al
ook
de
ander
in.
In
dat
besef
dat
op
bestelbusjes
waar
iedereen
naar
me
keek.
En
ik
was
ook
de
andere
in
de
kombuis,
want
ik
zit
daar.
En
echt
ik
kijk
om
me
heen.
En
daar
zitten
die
mannen.
Die
zeggen
niets.
Die
zijn
een
meter
breed.
Die
hebben
van
die
armen
als
regenpijpen,
een
gouden
halsketting
en
tatoeages.
Ja,
en
ik
zit
daar.
Ik
ben
ongeveer
zo
zo
breed
als
een
fietspomp
en
op
een
gegeven
ogenblik
vind
ik
er
niks
beters
op
om
mijn
intrede
daar
een
beetje
te
vergemakkelijken.
Ik
klap
mijn
oren
naar
binnen.
Ja,
goed,
dat
klinkt
een
beetje
vreemd.
Maar
ik
loop
mijn
oren
naar
binnen,
want
er
hangen
pleisters
achter
mijn
oren
om
niet
zeeziek
te
worden.
Ik
denk.
Ik
zeg
het
meteen
en
kan
later
ook
gewoon
niet
betrapt
te
worden.
Dus
ik
zit
daar
een
klap
m'n
oren
naar
beneden.
En
ik
zie
die
mannen
echt
naar
mij
kijken
van
jonge
jonge
jongens.
Het
wordt
alleen
maar
erger.
Dus
ja,
het
gaat
niet
goed
en
het
gaat
ook
niet
goed.
Als
ik
dan
een
beetje
later
in
de
in
de
kajuit
me
een
houten
kooi
te
wachten
tot
ik
de
eerste
keer
aan
dek
moet
om
te
werken.
Ik
dat
de
schuddende,
die
houten
kooi
van
boven
naar
beneden,
van
links
naar
rechts
een
beetje
verder
ligt.
Ik
ben
ook
al
misselijk.
Antwoord
Het
is
die
prijsoffertes
hielpen
ook
niet
echt
een
beetje.
Verder
ligt
daar
ook
al
een
mede
bemanningslid,
een
zwaar
gereformeerd
blad
te
lezen.
De
wachter
Die
man
zegt
niets
tegen
mij.
En
dan
gaat
de
bel
een
eerste
keer,
dus
ik
denk
goed.
Euh.
Het
is
niet.
Komt
nog
wel
goed.
Komt
nog
wel
goed.
Die
bel
gaat
en
die
bel
gaat
op
zo'n
schip
ieder
anderhalf
uur,
dus
ieder
anderhalf
uur
en
moet
je
aan
dek
om
de
vis
te
verwerken.
De
bel
gaat.
Ik
ga
naar
buiten,
net
als
de
andere
bemanningsleden.
Hop,
de
laarzen
in
zo'n
olie
pak
aan.
Ik
ga
naar
buiten
en
ik
zie
dat
aan
weerskanten
van
het
schip
die
grote
zakken
vol
vis
uit
het
water
oprijzen.
Die
worden
zo
neergestort
in
een
metalen
bak.
Die
metalen
bak
staat
in
verbinding
met
een
lopende
band
en
daar
staat
de
bemanning
klaar
om
de
vis
te
versnijden.
Levend.
Ik
moet
er
ook
nog
bij
vertellen
dat
ik
een
vegetariër
ben.
En
het
is
niet
onbelangrijk.
En
dus
goed,
ik
had
op
Urk
al
vis
gegeten.
Ik
kan
niet
zeggen
moest
ik
daar
geen
vis
gegeten
hebben
en
was
ik
nog
veel
vroeger
thuis
dan
nu
het
geval
was?
Dus
ik
sta
daar
en
ik
denk
komaan
man,
komaan,
je
kan
het.
Die
lopende
band
schiet
in
gang
en
daar
passeert
zo'n
dikke,
spartelende
school.
Echt
zo
groot
als
een
dienblad.
En
ik
voel
de
druk
van
de
mede
bemanningsleden,
dus
ik
grijp
die
vis.
Iemand
reikt
me
een
mes
aan
en
die
zegt
ja,
kom.
Begin
er
maar
aan.
Ik
pak
die
vis
vast
en
ik
kijk
die
vis
in
de
ogen.
En
die
denkt
man.
Kort
en
krachtig
hoor.
Ik
pak
dat
dat
mensen
en
ik
voel
van
kom.
Nu
mag
je,
nu
moet
het
gebeuren.
Sjaak,
ik
steek
dat
mes
en
die
vis.
Ik
snij
het
naar
beneden
en
ik
begin
daar
te
sukkelen
aan
die
band
van
die
ingewanden
moeten
eruit
en
de
lever
en
de
darmen
en
de
maag.
En
waar
zitten
de
lever,
de
darmen
en
de
maag?
Dat
weet
ik
niet
en
ik
daar
ondertussen
verder
te
snijden.
en
ik
zie
die
vis
denken
van
jonge
jonge
jonge
jonge
jongens.
Waar
ben
jij
eigenlijk
aan
het
doen?
En
ondertussen
sta
ik
daar
en
ik
voel
me
ook
zeeziek.
En
de
rest
van
die
bemanning
staat
daar
rond
die
de
lopende
band
te
roken
en
te
zingen.
Van
heur
door
de
Esens.
Zutendaal
wieder.
Die
blijft
er
al
gaat
het
jongen
en
ik
sta
er
met
die
kapotte
helemaal.
En
ik
denk
van
ja
dit.
Ja,
dit
kan
niet,
maar
het
kan
wel,
want
uur
na
uur.
Dag
na
dag
vergeet
ik
mijn
principes.
Snij
ik
daar
zielloos
en
hersenloos?
Al
die
vissen
in
de
prak.
En
euh,
ik
snij
eigenlijk
ook
wel
een
beetje
mezelf
in
de
prak,
want
ik
heb
in
die
hele
week
in
zes
dagen
tijd
10
uur
geslapen,
anderhalf
uur
op
anderhalf
uur
af.
En
ik
kon
gewoon
niet
slapen.
Dat
was
heel
vreemd,
dus
ik
wist
het
verschil
niet
meer.
Tussen
dinsdag
en
donderdag
bleek
dat
ik
om
vrijdagochtend
om
5
uur
gebakken
rijst
met
suiker
aan
het
eten
was
en
daar
een
liter
koffie
bij
dronk
om
wakker
te
blijven.
En
ik
vond
dat
plots
allemaal
normaal.
En
wanneer
ik
dan
na
zo
zes
dagen
vissen
aan
land
kom
en
ik
kom
aan
bij
mijn
pleeggezin
in
het
ik.
Ik
douche.
Ik
doe
verse
kleren
aan.
Ik
val
in
slaap
en
ik
word
achttien
uur
later
opnieuw
wakker
in
diezelfde
kleren.
Ik
was
eigenlijk
nog
altijd
kapot.
Ik
had
nog
altijd
wallen
onder
mijn
ogen,
alsos
als
hangmatten
en
het
is
weer
zondag.
Dus
ik
denk
maar
goed,
ik
ga.
Ik
moet
terug
naar
de
kerk.
T
Is
zondag.
Ik
moet
me
hier
integreren.
Ik
moet
de
ziel
die
zien
te
vinden.
En
uhm,
en
er
is
iets
veranderd.
En
t
is
echt
fantastisch,
want
ik
werd
niet
meer
aangestaard
in
de
kerk
en
bleek
dat
eigenlijk
het
hele
dorp
wist
dat
ik
op
zee
was
geweest
en
na
een
dienst.
Het
was
niet
diezelfde
kerk.
Want
er
zijn
er
meer
dan
25
op
Urk
ik
heb
ze
allemaal
bezocht.
En
na
de
dienst
is
er
gaan
we
koffie
drinken,
een
soort
cafétaria.
En
daar
staat
er
zo'n
man
aan
de
toog
die
voor
iedereen,
iedereen
die
het
horen
wil
zegt
hier
die
Belg.
Die
doet
tenminste
moeite
voor
ons,
die
een
hele
week
mee
geweest,
kan
iedereen
van
ontzeggen.
Denk
hoe
mijn
status
is
veranderd.
En
net
wanneer
ik
dan
eigenlijk
uhm
wil
naar
buiten
gaan
pikt
me
iemand
zowat
beschermd
op
de
schouder.
En
die
zegt
hij
kerel.
Ik
zal
de
achterkant
van
het
dorp
laten
zien.
Kom
maar
naar
thuis.
Ik
ga
je
alles
vertellen.
Je
hoorde
een
verhaal
van
Mathias
De
Clercq.
Mathias
is
journalist
en
schrijver.
Vijf
jaar
geleden
debuteerde
hij
met
De
Vrouw.
Afgelopen
dinsdag
verscheen
zijn
tweede
boek,
Het
boek,
waarvoor
hij
naar
Urk
verhuisde.
Het
is
verschenen
bij
uitgeverij
Podium.
De
titel
is
De
ontdekking
van
Urk
en
het
ligt
dus
nu
in
de
winkels.
De
verhalen
op
deze
podcast
zijn
opgenomen
tijdens
echt
gebeurd
middagen
in
comedy
club
Toomler
in
Amsterdam
en
voorbereid
door
onze
redactie,
die
bestaat
uit
Micha
Wertheim,
van
Toledo,
Maarten
Westerveld
en
Sanne
Pols
en
mijzelf.
Paulien
Cornelisse.
De
productie
doet
Eva
Saving
zal
techniek
Jasper
van
Oorschot
en
de
podcast
wordt
gemaakt
door
Gijsbert
van
der
Wal.
Dit
was
aflevering
272.
Bedankt
voor
het
luisteren
en
onthoud.
Urk.
Dat
is
een
Soetendorp.
Al
wie
daar
is,
die
blijft
er
al.
Mag
ik
nog
heel
even
terugkomen
op
alle
voordelen
van
Select
op
Bol.com?
Kies
jij
voor
Select
en
geniet
van
korting
op
honderden
producten
en
geen
verzendkosten?
Ook
in
de
avond
en
op
zondag
wordt
snel
Select
lid.
Voor
9
euro
negenennegentig
per
jaar.
Check out more Echt Gebeurd

See below for the full transcript

Welkom bij aflevering 272 van Echt Gebeurd! De podcast waarin waargebeurde verhalen worden verteld door de mensen die ze zelf hebben meegemaakt. In deze aflevering een verhaal van Mathias De Clercq. Hij vertelde werd in juli bij ons toen we een verhaal middag organiseerden rondom het thema Naar buiten. Voorjaar 2019, ongeveer een jaar geleden, ben ik op Urk. Dat dat vreemde dorpje aan de rand van het IJsselmeer. Het is zondagochtend en ik ga een kerkdienst binnen. Het probleem is dat alle achterste banken alle zitplaatsen zijn al ingenomen en rest mij geen andere optie dan vooraan in de kerk te zitten. Dat vind ik niet fijn, want dan voel ik altijd de ogen in mijn rug priemen. Wat later ook zal blijken nu. De vraag is natuurlijk wat doet een Vlaming op Urk op zondagochtend wel? Ik heb een hele vreemde geschiedenis. Met dat dorp, namelijk tien jaar eerder in 2009, toen ik journalist was voor de krant De Morgen. Da's een beetje zoals de Volkskrant hier. Kreeg ik op een bepaalde zondagavond telefoon van de hoofdredacteur. Ik was nog maar net begonnen. Ik was pril en naïef en die man belde me en zei De Jij bent klaar voor je eerste echte buitenlandse opdracht. En dacht hij al fantastisch. Ik ga naar Panama. Ik ga naar Brazilië. Dit hoort het. En tenzij die euh ja, jij gaat naar Urk. Ja, ik ga naar Urk nu je moet weten. Ik ben opgegroeid in het diepere westen van Vlaanderen en een heel beschermde omgeving en katholieke omgeving. En het huisje tuintje boompje pad lag eigenlijk voor me klaar. Nu, ik had daar weinig zin in. Ik dacht ik had de wereld zelf wel veroveren en ik hoop dat is via de journalistiek en de wereld te veroveren. Of toch tenminste de wereld al te zien. Dus Urk, ik dacht ja, dat kan niet fout lopen. Het is mijn eigen taal, dacht ik. En het is niet zo ver weg. Ik kan er met de auto naartoe. Maar van zodra ik daar eigenlijk aankomen op Urk, lukt het helemaal niet. Ik had nog geen smartphone op dat ogenblik. En uhm ja, ik wist dus in alle eerlijkheid niet dat de Zuiderzee eigenlijk het IJsselmeer is. Ik had nog nooit gehoord van de gereformeerde gezindte. Ik wist ook helemaal niks van visserij en mijn opdracht was om de ziel van het dorp bloot te leggen. Ja, en wel dat dat lukte dus helemaal niet. En ik ben teruggekeerd naar Vlaanderen met veel meer vragen dan antwoorden. En dat is niet de opdracht van een journalist. Goed. Uhm ik. Ik voelde dus eigenlijk dat ik gefaald had. Ik was het jongetje dat de wereld zou veroveren en het lukte niet eens op Urk. Ja, dat heb ik daar wel geleerd dat het op Urk is. En ja, de eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat de tien jaar nadien tot vorig jaar dat ik mij daar niet goed bij voelde. Ik had altijd het een nare herinneringen aan Urk en ik wilde eigenlijk de cirkel rond maken en teruggaan. Ja, ik ben vorig jaar teruggekeerd. Niet om een artikel te schrijven, maar ik had plots een nog veel groter plan. Ik ga er een boek over schrijven en meteen dus uhm, vorig jaar voor 2019. Ik zit in die kerk. Ik draai me om en ik kijk in de ogen van een zwarte muur aan mensen. En ik lees in hun ogen jongen. Wat doe jij hier? En ja, ik. Ik heb dus nog veel groter probleem dan in 2009, want toen moest ik er een artikel over schrijven. Maar dat lukte niet. En nu, tien jaar later, heb ik mezelf opgezadeld met heb ik fondsen om dit boek te schrijven, heb ik een uitgeverij achter mij en heb ik dus hetzelfde probleem. Want je kan er wel zwaaien naar iemand. En je kan wel eens zeggen hoor, het is goed weer vandaag, maar op die manier ga je dus niet de ziel van het dorp blootleggen. Bijkomend probleem is dat ik daar op Urk. Ja, natuurlijk was ik de totale vreemden, want zodra ik mijn mond open doe en iedereen hoort Vlaams werd ik daar al aangekeken van. Oei, dit klopt precies niet. En het Urkers is een soort mengeling tussen Kazachs en Oezbeeks aanvankelijk dus. Ik begreep er echt niks van. En ja, in mijn ogen. Ik voelde me ook helemaal de ander. Want uhm ja, die Urkers, die zijn allemaal sterk. Die hebben allemaal een jeans en sneakers en die rijden helm loos op een brommer door het dorp hebben ze een gouden oorbel in en dan gaan die allemaal de kerk op zondag. En dan is het vrijdagavond een comedy. Visserplein helemaal moegestreden. Thuis van een week hard werken. En dan loop ik met mijn hippe brilmontuur in mijn notaboekje om de ziel te ontbloten. Dus dat was euh ja. Dat was eigenlijk wel echt een dik probleem. Maar dan deed zich eigenlijk op een gegeven ogenblik een fantastische kans voor. Ik kom een week mee op zee vissen met die mannen. En ja, dus ik kon niets anders. Ik dacht goed, dit moet ik doen als ik me wil bewijzen in dit dorp. Als ik wil echt tonen dat ik goede bedoelingen heb. Ik moet gewoon mee. En dus gebeurt het dat ik op een zondag avond net na middernacht natuurlijk om de zondagsrust te respecteren. Uhm, stap ik uit mijn kamertje. Ik sliep op Urk bij een gastgezin. Ik sta daar in het donker, in het licht van een straatlantaarn. Er komt een auto aangereden met de bemanning in die deur gaat open. Ik ben heel bedeesd en ik zeg hoi. Zitten daar zes van die mannen grizzly's? Deur dicht, hop naar Harlingen, goed kon daartoe in die haven en. Ik besef gewoon voor mezelf heel, staat zoveel op het spel. Dit moet goed komen en ik was al de ander in het dorp. Ik was al ook de ander in. In dat besef dat op bestelbusjes waar iedereen naar me keek. En ik was ook de andere in de kombuis, want ik zit daar. En echt ik kijk om me heen. En daar zitten die mannen. Die zeggen niets. Die zijn een meter breed. Die hebben van die armen als regenpijpen, een gouden halsketting en tatoeages. Ja, en ik zit daar. Ik ben ongeveer zo zo breed als een fietspomp en op een gegeven ogenblik vind ik er niks beters op om mijn intrede daar een beetje te vergemakkelijken. Ik klap mijn oren naar binnen. Ja, goed, dat klinkt een beetje vreemd. Maar ik loop mijn oren naar binnen, want er hangen pleisters achter mijn oren om niet zeeziek te worden. Ik denk. Ik zeg het meteen en kan later ook gewoon niet betrapt te worden. Dus ik zit daar een klap m'n oren naar beneden. En ik zie die mannen echt naar mij kijken van jonge jonge jongens. Het wordt alleen maar erger. Dus ja, het gaat niet goed en het gaat ook niet goed. Als ik dan een beetje later in de in de kajuit me een houten kooi te wachten tot ik de eerste keer aan dek moet om te werken. Ik dat de schuddende, die houten kooi van boven naar beneden, van links naar rechts een beetje verder ligt. Ik ben ook al misselijk. Antwoord Het is die prijsoffertes hielpen ook niet echt een beetje. Verder ligt daar ook al een mede bemanningslid, een zwaar gereformeerd blad te lezen. De wachter Die man zegt niets tegen mij. En dan gaat de bel een eerste keer, dus ik denk goed. Euh. Het is niet. Komt nog wel goed. Komt nog wel goed. Die bel gaat en die bel gaat op zo'n schip ieder anderhalf uur, dus ieder anderhalf uur en moet je aan dek om de vis te verwerken. De bel gaat. Ik ga naar buiten, net als de andere bemanningsleden. Hop, de laarzen in zo'n olie pak aan. Ik ga naar buiten en ik zie dat aan weerskanten van het schip die grote zakken vol vis uit het water oprijzen. Die worden zo neergestort in een metalen bak. Die metalen bak staat in verbinding met een lopende band en daar staat de bemanning klaar om de vis te versnijden. Levend. Ik moet er ook nog bij vertellen dat ik een vegetariër ben. En het is niet onbelangrijk. En dus goed, ik had op Urk al vis gegeten. Ik kan niet zeggen moest ik daar geen vis gegeten hebben en was ik nog veel vroeger thuis dan nu het geval was? Dus ik sta daar en ik denk komaan man, komaan, je kan het. Die lopende band schiet in gang en daar passeert zo'n dikke, spartelende school. Echt zo groot als een dienblad. En ik voel de druk van de mede bemanningsleden, dus ik grijp die vis. Iemand reikt me een mes aan en die zegt ja, kom. Begin er maar aan. Ik pak die vis vast en ik kijk die vis in de ogen. En die denkt man. Kort en krachtig hoor. Ik pak dat dat mensen en ik voel van kom. Nu mag je, nu moet het gebeuren. Sjaak, ik steek dat mes en die vis. Ik snij het naar beneden en ik begin daar te sukkelen aan die band van die ingewanden moeten eruit en de lever en de darmen en de maag. En waar zitten de lever, de darmen en de maag? Dat weet ik niet en ik daar ondertussen verder te snijden. en ik zie die vis denken van jonge jonge jonge jonge jongens. Waar ben jij eigenlijk aan het doen? En ondertussen sta ik daar en ik voel me ook zeeziek. En de rest van die bemanning staat daar rond die de lopende band te roken en te zingen. Van heur door de Esens. Zutendaal wieder. Die blijft er al gaat het jongen en ik sta er met die kapotte helemaal. En ik denk van ja dit. Ja, dit kan niet, maar het kan wel, want uur na uur. Dag na dag vergeet ik mijn principes. Snij ik daar zielloos en hersenloos? Al die vissen in de prak. En euh, ik snij eigenlijk ook wel een beetje mezelf in de prak, want ik heb in die hele week in zes dagen tijd 10 uur geslapen, anderhalf uur op anderhalf uur af. En ik kon gewoon niet slapen. Dat was heel vreemd, dus ik wist het verschil niet meer. Tussen dinsdag en donderdag bleek dat ik om vrijdagochtend om 5 uur gebakken rijst met suiker aan het eten was en daar een liter koffie bij dronk om wakker te blijven. En ik vond dat plots allemaal normaal. En wanneer ik dan na zo zes dagen vissen aan land kom en ik kom aan bij mijn pleeggezin in het ik. Ik douche. Ik doe verse kleren aan. Ik val in slaap en ik word achttien uur later opnieuw wakker in diezelfde kleren. Ik was eigenlijk nog altijd kapot. Ik had nog altijd wallen onder mijn ogen, alsos als hangmatten en het is weer zondag. Dus ik denk maar goed, ik ga. Ik moet terug naar de kerk. T Is zondag. Ik moet me hier integreren. Ik moet de ziel die zien te vinden. En uhm, en er is iets veranderd. En t is echt fantastisch, want ik werd niet meer aangestaard in de kerk en bleek dat eigenlijk het hele dorp wist dat ik op zee was geweest en na een dienst. Het was niet diezelfde kerk. Want er zijn er meer dan 25 op Urk ik heb ze allemaal bezocht. En na de dienst is er gaan we koffie drinken, een soort cafétaria. En daar staat er zo'n man aan de toog die voor iedereen, iedereen die het horen wil zegt hier die Belg. Die doet tenminste moeite voor ons, die een hele week mee geweest, kan iedereen van ontzeggen. Denk hoe mijn status is veranderd. En net wanneer ik dan eigenlijk uhm wil naar buiten gaan pikt me iemand zowat beschermd op de schouder. En die zegt hij kerel. Ik zal de achterkant van het dorp laten zien. Kom maar naar thuis. Ik ga je alles vertellen. Je hoorde een verhaal van Mathias De Clercq. Mathias is journalist en schrijver. Vijf jaar geleden debuteerde hij met De Vrouw. Afgelopen dinsdag verscheen zijn tweede boek, Het boek, waarvoor hij naar Urk verhuisde. Het is verschenen bij uitgeverij Podium. De titel is De ontdekking van Urk en het ligt dus nu in de winkels. De verhalen op deze podcast zijn opgenomen tijdens echt gebeurd middagen in comedy club Toomler in Amsterdam en voorbereid door onze redactie, die bestaat uit Micha Wertheim, van Toledo, Maarten Westerveld en Sanne Pols en mijzelf. Paulien Cornelisse. De productie doet Eva Saving zal techniek Jasper van Oorschot en de podcast wordt gemaakt door Gijsbert van der Wal. Dit was aflevering 272. Bedankt voor het luisteren en onthoud. Urk. Dat is een Soetendorp. Al wie daar is, die blijft er al. Mag ik nog heel even terugkomen op alle voordelen van Select op Bol.com? Kies jij voor Select en geniet van korting op honderden producten en geen verzendkosten? Ook in de avond en op zondag wordt snel Select lid. Voor 9 euro negenennegentig per jaar.

Translation Word Bank
AdBlock detected!

Your Add Blocker will interfere with the Google Translator. Please disable it for a better experience.

dismiss